IJsland – zaterdag 28 mei 2017

28 mei 2016 – zaterdag

Zuidkust
We rijden langs de zuidkust. Vanaf Derlakshorn volgen we weg 34 naar Eyrbakki en vandaar door naar Stokreyn. We zien een vlak en uitgestrekt landschap, het moet vroeger de zeebodem zijn geweest. Hier is veeteelt mogelijk en wat landbouw. We zien wat schapen, IJslandse pony’s en een stuk omgeploegd land. Hier en daar staat een boerderij.

Atlantische Oceaan
Eyerbakki en Stokkseyn zijn nederzettingen die uit het landschap opduiken. Veel leven valt er niet te ontdekken. Een auto rijdt naar een soort boerderij met een schuur en veel oud ijzer op het erf. Even later keert dezelfde auto terug.  Aan de rand van Stokkseyn, staand op een dijkje,  kijken we uit over de Atlantische Oceaan. Het is winderig, geen zon, maar het is in ieder geval droog. Veel beweging is er niet of het moeten al de vogels zijn, die hun dagelijks brood bij elkaar scharrelen tussen de rotsblokken en het zeewier, het enige wat er in de kwelder te zien is.
Weg 305 kent over een aantal kilometers het nodige aan gravel, maar met rustig rijden gaat het prima. We rijden door een weids, leeg land. Heel in de verte staat een enkele boerderij. Ondanks de leegte maakt het landschap grote indruk, maar ik moet er niet aan denken om hier ook maar te wonen. Op de hele weg tellen we welgeteld drie tegenliggers en een auto, die ons inhaalt.

Ringweg
We rijden via weg 305 tot aan ringweg 1. Op een kruispunt van weg 30/ringweg 1 rusten we even, om dan over de ringweg tot aan afslag 253 te gaan.  Bij Bakki is een klein vliegveld. Op het laatste moment zie ik nog net de neus van een achter een gebouwtje verscholen sportvliegtuigje, anders had ik het vliegveld niet eens opgemerkt.
Via weg 254 komen we weer terug op de ringweg. Bekend terrein.  Hier reden we met de witte jeep langs een waterval met stuifwater veroorzaakt door de wind, die, want zo lijkt het, om het hoekje van de berg blaast. We rijden door redelijk welvarend land met wat boerderijen. Ruimte alom. Dat blijft.

Vogel
Via de ringweg komen we terecht bij de Seljalandsfoss, een waterval. Vanaf de parkeerplaats kunnen we via een trap omhoog om van bovenaf naar de waterval te kunnen kijken. Mooi, ruw en rauw landschap. Harma praat met Fransozen die ons op een vogel wijzen. Toch maar even een foto van het beest gemaakt.

Zwart strand
Dan op naar Vik. ’t Zelfde landschap, rechts van de weg het vlakke land, links de bergen van het binnenland. Slingerende wegen.
We vinden de Vik-camping, installeren ons, sluiten electriciteit aan en gaan dan de nationale soep eten bij een cafetaria annex benzinestation. Daar is er druk en de soep is lauw en vet. Na de maaltijd lopen we door een lupinenveld naar het strand. Zwart strandzand, maar vuil wordt je er niet van.  Het lijkt alleen maar vies. De lupinen bloeien hier alsof het hoog zomer is. Het zijn sterke planten, ietwat gedrongen, met steviger stengels dan bij ons, altijd felblauw.

Camping Vik
De camping: erg eenvoudig, de stroomkabel sluit je maar aan en klaar ben je. Het maakt allemaal niet uit. Ergens aanmelden kan helemaal niet want de camping gaat officieel 1 juni open. Geen beheerder te zien. Het toiletgedeelte zit op slot. De kantine is wel open maar daar is het een zooitje. Als we er later op de avond nog een keer langslopen zitten er vrij veel mensen die hun maaltijd bereiden en er eten, dat soort dingen.